4 november: Zo koud (226 woorden)

Zo koud. Ze was zo koud … en het was mijn schuld. Het is altijd mijn schuld. Het is een straf van de Godin.

Ik ben net als iedereen in mijn familie geboren met vuurhanden, handen die warmte schenken, die kunnen genezen. Een kracht die zuinig gebruikt moet worden, volgens de strikte regels van de Tempel van het Heilige Vuur. Maar ik ben geboren met nog iets anders, iets dat de anderen niet hebben. Een gebrek. Ik slaag er maar niet in me aan de regels te houden, en daar moet ik nooit voor boeten, maar zij wel.

Ze was zo mooi. Zelfs toen ze al dood was. Zo mooi. En haar moeder huilde zo hard, toen ze daar in het midden van de straat lag met een rode vlek die zich uitbreidde over haar witte jurk. Op zo’n moment krijg ik een kortsluiting tussen wat ik mag en wat ik kan, en doe ik wat ik kan, maar niet mag. Ik schenk leven. Zomaar. Om haar moeder te troosten.

Ik hoop steeds dat niemand het opmerkt. Dat die ene mag blijven leven. Maar ook voor haar was dat niet weggelegd. Oom Alhum volgde ons, en deed wat moest, volgens de regels van de Tempel, volgens de geboden van de Godin.

Ze stierf een tweede keer, in een achterafstraatje, zonder moeder, in mijn armen. Zo koud.

Advertenties

Een gedachte over “4 november: Zo koud (226 woorden)

  1. Mooi! Zelf zit ik al een tijdje te jongleren met een verhaaltje waarbij de vuurhaarden een wapen zijn. Ben niet zo bekend met fantasy schrijven, maar het kwam zo in mij op. Moest hier even aan denken toen ik dit las.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s