12 november: Op jacht (400 woorden)

“Weet je waar ik zin in heb?” zei Marit. “In vlees. Een goed stuk vlees. Vruchten en noten en wortels en wat we kunnen vangen uit de zee, allemaal goed en wel, maar ik heb honger, echte honger. We moeten op jacht.”

“Laat dat maar aan mij over,” zei Soren. “Jagen is mannenwerk.”

“Hoezo?” zei Marit. “Wat weet jij van jagen? Volgens mij kun jij niet eens hartenjagen.”

“Ik ben Robin Hood,” pochte Soren. “Let maar eens goed op. Voor je het weet, heb je vlees op je bord.”

“Als jij Robin Hood bent, dan ben ik Atalanta,” zei Marit.

“Ata-wie?”

Mijn broer is niet enkel onhandig maar ook nog eens dom, dacht Marit. Ik had het altijd zo druk dat ik dat niet eens doorhad. En dan overstroomt alles en blijf ik uitgerekend met hem achter op een verwilderd eiland. “A-ta-lan-ta,” verduidelijkte Marit. “De enige vrouwelijke opvarende van de Argo, kick-ass jaagster, verjaagde de stymphaliden en doodde het zwijn van Kaledonië. Geen man die aan haar kon tippen.”

“Weet je wat,” zei Soren. “We gaan allebei apart op jacht en zien wie het grootste beest schiet.”

“Prima,” zei Marit. Ik heb al gewonnen, dacht ze, makkie. “En wie wint, heeft het hier voortaan voor het zeggen.”

Broer en zus gingen beiden aan het werk, uit elkanders zicht. Ze knutselden een boog en pijlen in elkaar en gingen op jacht. Marit was als eerste klaar met het vervaardigen van haar gereedschap. Ze schoot een haas. Doe zou smaken, dacht ze, maar ze wilde graag nog een groter dier vangen om haar broer zeker te verslaan. Dus sloop ze rond door het bos met de haas over haar schouder, als een volleerd jager. Er zouden hier vast wel herten rondhangen, dacht ze, of misschien zelfs wel everzwijnen.

Soren was nu pas klaar, maar vastbesloten een groot dier te schieten. Hij besefte echter wel dat zijn zus doorgaans sneller en behendiger was, dus hij wist dat het een race tegen de tijd was. Wat hoorde hij daar ristelen in de struiken. Iets groots, dat moest wel. Hij spande zijn boog en liet de pijl in de richting van het geluid vliegen. Op hoop van zegen.

Er klonk gevloek uit de struiken. Hij had zijn zus geschoten! Sukkel dat je bent, dacht hij eerst. En toen daagde het hem. Hij had het grootste dier geschoten!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s