21 november: De droevige historie van de laatsten der draken en hoe het verder ging (400 woorden)

Voor hen is het een heilige oorlog, voor ons is het een gevecht om te overleven. Wij hebben vuur, zij hebben zwaarden. Zij zijn met meer, steeds meer en meer. Bijna iedereen hebben ze afgemaakt. Mijn ouders, mijn broers en zussen, mijn vrienden en vijanden, mijn kinderen. Vooral dat laatste is onvergeeflijk. De kleintjes zijn zo kwetsbaar, zulke gemakkelijke prooien. Ze hadden zo’n mooie toekomst kunnen hebben, in de bergen, ver weg van de mensenplaag. Ik vrees dat mijn vrouw Merechchluchu en ik de laatsten zijn, echt de allerlaatsten. Ze zijn al dagen naar ons op jacht. De grotten waarin we ons vroeger konden verschuilen, hebben ze allemaal bezet en uitgerookt. Ze speuren met grote kijkers het luchtruim af, zodat een vliegtochtje ook geen goed idee is. Het bos hakken ze beetje bij beetje om en wat rest van begroeiing, branden ze plat. Vuur met vuur bestrijden, tot alles kapot is. Waanzin is het, hoe willen ze zelf in deze kale wereld verder leven?

“Wij gaan ook sterven,” zegt Merechchluchu. “Alstublieft, leid hen af, zodat ik nog wat tijd heb.”

“Ik gun je nog wat langer te leven,” zeg ik. “Maar als we dan toch beiden moeten gaan, waarom niet samen?”

Merechchluchu glimlacht. “Omdat ik nog wat tijd nodig heb om de nieuwe eieren te leggen, en te verstoppen. Ergens op een koele plek, waar ze pas over eeuwen zullen uitkomen, als de vijand er het minst op is voorbereid. Ik wil de eieren nog influisteren wat hen dan te doen staat.”

*****

Mijn broers en zusters en ik zweven boven de rand van de stinkende betonnen jungle. We zijn eenzaam en alleen ter wereld gekomen, hoog in de bergen, nadat de gletsjer waarin onze moeder ons verborgen had, gesmolten was. Niemand heeft ons opgevoed of onderwezen, maar onze instincten vertellen ons te haten. Niet elkaar, nooit elkaar, maar de nietige wezens die in de stenen torens huizen en zich in de vreemdsoortige metalen voertuigen verplaatsen, over de grond en soms zelfs door de lucht. Door ons territorium. Dat zal niet lang meer blijven duren. We zullen hen aanvallen wanneer de zon op zijn hoogste punt staat en ze met velen buiten rondlopen. Ons vuur zal hen verbranden. Hun sappige, malse jongen zullen onze tomeloze honger stillen. Ze zullen nergens kunnen schuilen. We zullen geen genade tonen. Zo is het ons ingefluisterd door een hoger wezen, en zo zal het zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s