23 november: Alfabetverhaal 4: Door rook en pijn (204 woorden)

Argh, denkt hij, ook dat nog. Berend kruipt zo goed en zo kwaad als het lukt richting Quasimodo. Clownskleren, muziekinstrumenten en jongleerattributen liggen overal verspreid. Dan geraakt hij eindelijk tot bij de circusdirecteur.

“Engel,” zegt Quasimodo en hoest. “Fantas-kuch-tisch. God zij …. uche … geprezen.” Hij klampt zich vast aan Berend. “Ik zit uchekuch vast.”

Jongens, wat heb ik pijn overal, denkt Berend. Kan er niet aan toegeven. Los moet ik die man krijgen en dan naar buiten. Nee, nu geen tijd voor zelfmedelijden. Op een dag zet ik dit Xavier betaald.

Proestend en kuchend wijst Quasimodo hem op zijn been, waarop een donkere houten kast ligt. Qua gewicht een reus te noemen, vreest Berend. Reuzekast of niet, pijn of niet, ik moet aan het werk. Strompelend geraakt hij bij de kast die Quasimodo hier gegijzeld houdt. Tranen bemoeilijken hem het zicht, zowel door de rook als door de pijn in zijn eigen benen. Uit alle macht probeert hij het ding naar boven te tillen. Voorwaar, het lukt, een centimeter maar. Wie weet kan ik nog aan de slag als sterke man, denkt Berend. Xavier is maar een slapjanus met mij vergeleken. “Yo Quasi,” roept hij. “Zijt gij in staat uw been nu weg te trekken?”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s