24 november: In de vloedlijn (197 woorden)

Ik sluit mijn ogen en luister naar het ruisen van de zee. Daar krijg ik een vredig gevoel van. Het doet me denken aan mijn oma, die had een schelp waarin je de zee kon horen. Ik kon me bij de zee als kind niets voorstellen, maar door die schelp van mijn oma, wist ik dat het iets magisch was. Het opkomende water kust mijn blote voeten. Ik open mijn ogen en ben weer waar ik ben, niet thuis met oma’s warme armen om me heen. Gelukkig is ze gestorven voor de oorlog begon, gewoon omdat ze oud was. Zo wil ik ook sterven.

Thuis sterft er niemand meer van ouderdom. Ze worden doodgeschoten, of ze komen om van de honger, of ze geraken niet tijdig uit hun brandende huizen.

Vannacht stierf er niemand van ouderdom. Ze vielen van de overvolle, lekke boot, konden zich niet boven houden in het ijskoude water. Als de zee al magisch was, dan was het een boze tovenaar die ons allemaal probeerde op te slokken. De zee deponeert geen mooie schelpen op het strand, maar enkel lijken en afval.

Ik sluit mijn ogen en luister naar het ruisen van de zee.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s